Banner afbeelding Aangrenzende wet- en regelgeving

Wet- en Regelgeving

Aangrenzende wet- en regelgeving

Naast de primaire taak van de BVF in het kader van het Besluit en de Regeling GGO, is ook van belang om kennis te hebben van relevante aangrenzende wetgeving. Hieronder volgt een niet complete opsomming van deze aangrenzende wetgeving:

Arbeidsomstandighedenbesluit

Bij activiteiten met voor de mens pathogene micro-organismen, al dan niet genetisch gemodificeerd, gelden voor de werkgever verplichtingen die merendeels staan beschreven in artikel 4.84 Biologische agentia, celculturen en micro-organismen e.v. van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Deze artikelen zijn gebaseerd op Europese richtlijn 2000/54/EG. Zie ook hoofdstuk 3 II.5 van de Leidraad.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Naast kennisgeving/vergunningplicht voor het werken met GGO is tevens een vergunning nodig voor de werkruimten waarin wordt gewerkt met ggo’s of biologische agentia. Dit geldt voor laboratoria, dierverblijven, plantenkassen, grootschalige productie. Kortom alles wat valt onder ingeperkt gebruik. Deze vergunning wordt over het algemeen verstrekt door B&W van de Gemeente waar de activiteiten plaatsvinden.

Besluit informatie inzake rampen en crises

Dit besluit verplicht organisaties die activiteiten hebben met GGO’s op niveau 3 of hoger of met pathogenen op beheersingsniveau 3 of hoger die in grote volumina worden gekweekt (> 10 liter) om de lokale overheid (gemeente, provincie of rijk) in het bijzonder genoemde informatie te verstrekken om die overheid in staat te stellen een adequaat rampenbestrijdingsplan op te stellen.

Extern transport van biologische materialen

Het transport van biologische materialen dient te voldoen aan internationale en nationale wet- en regelgeving. Dit is een complexe materie. Daarom is een transportrichtlijn opgesteld door de Commissie Wet- en Regelgeving in afstemming met relevante overheidsinstanties. Dit document biedt overzicht van de vigerende vervoerswetgeving, alsmede achtergrondinformatie, praktische uitwerking en flowschema’s. Dit alles is beschikbaar op het ledendeel van de website van het BVF platform.

Afval

De afvoer en verwerking van biologisch afval is in Nederland geregeld in het Landelijk Afval Beheersplan in het bijzonder Sectorplan 19: Afval van gezondheidszorg bij mens of dier. Tevens moet rekening gehouden worden met de Nederlandse wetgeving voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Welke desinfectiemiddelen er gebruikt mogen worden voor het afdoden van GGO’s en biologische agentia en het desinfecteren van herbruikbare materialen, besmette oppervlakken, etc. is gebonden aan de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Alleen middelen die zijn toegelaten in Nederland mogen worden gebruikt. De toelating wordt geregeld door College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctbg). Of een desinfectiemiddel is toegelaten is te vinden in de toelatingendatabank.

Wet op de dierproeven

Voor het werken met transgene dieren of infectie experimenten met genetisch gemodificeerde micro-organismen bij dieren geldt naast de GGO wetgeving tevens de Wet op de Dierproeven. De dierexperimentencommissie (DEC) beoordeelt of het belang van een onderzoek opweegt tegen het ongerief van de dieren. Met het advies van de DEC bepaalt de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) of een instelling een vergunning krijgt voor dierproeven. Daarnaast stelt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren eisen aan de zorg en huisvesting van proefdieren.

Import van dierpathogenen en dierlijke bijproducten

Wanneer er een dierpathogeen of materiaal van dierlijke oorsprong geïmporteerd gaat worden, dan is hier een importontheffing voor nodig die wordt afgegeven door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Een import vergunning kan ook noodzakelijk zijn voor de import van levende dieren, insecten, etc.

Gebruik en levering dierlijke bijproducten

Voor het gebruik van dierlijke bijproducten heeft een instituut een erkenning nodig van de NVWA. Voor nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar de richtlijn ‘Gebruik van dierlijke bijproducten voor onderzoek, diagnose of onderwijs’ die door de werkgroep Dierlijke bijproducten van de Commissie W&R is opgesteld. 

Plantpathogenen en quarantaine organismen

Per 2019 is de nieuwe Europese Plantgezondheidsverordening (EU) 2016/2031 in werking getreden. Schadelijke gereguleerde organismen zijn daarin anders ingedeeld. De regelgeving kent nu Q(uarantaine)-organismen en Regulated Non-Quarantaine Pests (RNQP's). De gewijzigde lijst met Q-organismen kunt u vinden op de NVWA website. De lijst met RNQP-organismen kunt u raadplegen op de website van de EU in document (EU) 2019/2072; zie daarin bijlage IV (bladzijde 30).