Transportrichtlijnen 2012

I. Vervoer van Biologische materialen

Voor onderzoek, diagnostiek en onderwijs is het van groot belang dat biologische materialen wereldwijd kunnen worden uitgewisseld. Omdat er risico’s verbonden kunnen zijn aan het transport van deze materialen, bestaan er wettelijke voorschriften voor het versturen van deze materialen. De wetgeving is complex, verandert regelmatig, sluit niet altijd op elkaar aan en is daarom niet gemakkelijk te doorgronden. Om deze reden zijn er door de Vereniging BVF Platform documenten gemaakt die een overzicht bieden van de verschillende regelgeving en achtergrondinformatie. Ze zijn bedoeld als hulpmiddel om biologische materialen op een verantwoorde wijze te kunnen versturen. Deze documenten zijn tot stand gekomen in overleg met de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat, de Plantenziektenkundige Dienst en TNT-Post, en hebben inhoudelijk de goedkeuring van deze instanties.

Extern transport van biologische materialen

De vijfde editie van het document “Extern transport van biologische materialen” (2012) is te raadplegen en te downloaden vanaf het ledendeel van de website van de Vereniging BVF Platform. Niet leden kunnen een gedrukt exemplaar van het document “Extern Transport van Biologische Materialen” bestellen via de secretaris van de Vereniging BVF Platform of na overmaking van € 25 op giro NL73 INGB 0008210823 van de Vereniging BVF Platform, te Houten (Let op: zonder naam adres en woonplaats kunnen we u bestelling niet verwerken). Om u een indruk te geven van het document kunt u hier de voorpagina, inhoudsopgave en inleiding raadplegen.

II. Vervoer van diagnostische monsters binnen Nederland

 Voor het vervoer van biologische materialen die bestemd zijn voor humane of dierlijke diagnostiek is een praktijkrichtlijn opgesteld door de verschillende belanghebbende partijen (Diverse Ministeries, laboratoria, transporteurs). Het document bevat afwijkende procedures t.o.v. de vervoerswetgeving. De richtlijn die gold tot 1 januari 2009, is nog steeds van kracht.
Deze procedures mogen alleen gebruikt worden voor vervoer van diagnostische monsters binnen Nederland.

Voor het versturen van dierlijke monsters wordt verwezen naar de richtlijn ‘Gebruik van dierlijke bijproducten voor onderzoek, diagnose of onderwijs’. De richtlijn, de diverse handelsdocumenten en de etiketten zijn te downloaden via de kennisbank.

Gevarenkaarten niet meer nodig

In het verleden was er voor elke afzonderlijke gevaarlijke stof een aparte gevarenkaart nodig bij transport over de weg (zie hoofdstuk 5.3 document “Extern Transport van Biologische Materialen”). Deze aparte gevarenkaarten zijn vervangen door zogenaamde “Schriftelijke Instructies” voor wegtransport van gevaarlijke goederen (ADR hoofdstuk 5.4.3). Deze “Schriftelijke Instructie” is zo opgebouwd dat deze universeel gebruikt kan worden voor alle gevaarlijke stoffen. Voorwaarde is wel dat de “Schriftelijke Instructie” is opgesteld in een taal die de chauffeur kan begrijpen.

De “Schriftelijke Instructie” bevat bijkomende inlichtingen voor de bemanningsleden van de voertuigen betreffende de gevaareigenschappen van de gevaarlijke goederen per klasse en betreffende de te nemen maatregelen in functie van de overheersende omstandigheden. Het document moet in de cabine van het transportvoertuig aanwezig zijn. De “Schriftelijke Instructie” is onder andere te downloaden bij de UNECE in 25 talen. Let wel op dat je voor de Nederlandse versie de officiële versie van de Nederlandse overheid neemt. 

De “Schriftelijke Instructie” is de verantwoordelijkheid van de verzender. De verzender moet er op toe zien dat de transporteur de “Schriftelijke Instructie” in zijn bezit krijgt samen met de andere documenten die de zending vergezellen.